Studio ABC: studiotermen uitgelegd

In de studiofotografie zijn er talloze termen die voor verwarring kunnen zorgen. Want wat is nu precies TTL? Of High Speed Sync? Daarom hebben we voor u een lijst opgesteld met daarin de belangrijkste studiotermen uitgelegd. Deze is hieronder, op alfabetische volgorde, terug te vinden. Komt u een onbekende term tegen? Check dan deze lijst en u bent meteen op de hoogte van de betekenis!  

A | BCDEF | G | HI | J | KLM | N | O | P | Q | RST | U | V | W | X | Y | Z 

 

  • Bajonet aansluitingen: De Bajonet aansluiting is vergelijkbaar met een lensvatting. Lichtvormers zoals een reflector, softbox of beautydish zijn voorzien van een bepaalde bajonet aansluiting om op een studioflitser te bevestigen. Er zijn verschillende soorten bajonet aansluitingen die door verschillende merken gebruikt worden. Belangrijk is om te kijken of de bajonet aansluiting van een lichtvormer past op de flitser.

  • Beautydish: De beautydish is een grote schaal waarmee licht in een brede bundel gereflecteerd kan worden op het onderwerp. Het product wordt gekoppeld aan een flitser met een reflector en zorgt op deze manier voor de weerkaatsing van het licht. Door de vorm en het materiaal van de dish krijgt het ontwerp een zachte en verfijnde belichting. De reflector zit daarmee tussen het effect van een directe flitser en dat van een softbox in.

 

  • CRI-getal: CRI staat voor Color Rendering Index. De waarde van het CRI-getal geeft aan in welke mate de lichtbron in staat is om de echte kleuren van het object te tonen. Een hogere CRI-waarde betekent een hogere kleurechtheid. De maximale waarde is 100. Hoe dichter bij de 100, hoe hoger de kleurechtheid.

 

  • Diffuus licht: diffuus licht wordt ook wel omschreven als zacht licht, oftewel licht dat geen harde schaduwen geeft.

 

  • E-TTL: E-TTL (Evaluative Trough The Lens)  is een methode van Canon om ook bij digitale fotografie een goede belichting te verkrijgen met behulp van een flitser. Bij E-TTL wordt er een korte flits gegeven voordat de werkelijke foto wordt genomen. Deze vrijwel onzichtbare voorflits wordt gebruikt om de belichting van de flitser af te stemmen met het diafragma en de sluitertijd van de camera.

 

  • Flitssynchronisatie: de flitssynchronisatietijd is de snelste sluitertijd waarmee de flitser probleemloos kan werken.

  • Flitsduur: De flitsduur is de duur van een flitsbelichting. Deze loopt uiteen van ongeveer 1/400 tot 1/2000. Bij sommige studioflitsers loopt dit zelfs op tot 1/63.000e van een seconde. De duur van een flits kan belangrijk zijn voor het bevriezen van een snelle bewegingen zoals waterdruppels.

 

  • Haarlicht: naast het hoofdlicht en het invullicht is het haarlicht een extra lichtbron die de haren van het onderwerp apart verlicht. Hierdoor krijgt een portret meer diepte en lijkt de persoon los te komen van de achtergrond.

  • Hard licht: hard licht is, zoals de naam al zegt, hard en direct. De diepe schaduwen en felle reflecties zorgen ervoor dat het onderwerp en de uiteindelijke foto’s zeer contrastrijk zijn. Nadeel van hard licht is dat er veel details verloren gaan: zowel in de lichte als de donkere partijen. De kleuren zijn daarentegen erg intens en verzadigd.

  • High-key: high-key is precies het tegenovergestelde van low-key. Bij high-key staan de lichte kleuren centraal. De lichte tonen zorgen voor een natuurlijke, frisse en vrolijke uitstraling.

  • Hoofdlicht: het hoofdlicht is een onderdeel van uw lichtopstelling en direct de lichtbron die het meeste licht op uw onderwerp schijnt.

  • HSS: HSS staat voor High Speed Sync en wordt gebruikt in situaties waarbij u flitst met een sluitertijd die sneller is dan 1/250 seconde. Dit kan heel handig zijn bij het vastleggen van beweging.

  • HS: HS staat voor Hyper Sync. Dit is een variant op High Speed Sync die ontworpen is door Pocket Wizard® en zorgt voor een synchronisatie tussen de flitsduur en sluitertijd. In tegenstelling tot HSS zorgt Hyper Sync ervoor dat de flitskracht behouden blijft.

 

  • Invullicht: het invullicht is onderdeel van uw lichtopstelling en kan worden gebruikt om de schaduwen van het hoofdlicht te verminderen.

  • I-TTL: de term I-TTL wordt gebruikt door Nikon en staat voor ‘Intelligent Trough The Lens’. Het Nikon I-TTL systeem gebruikt een reeks flitsen voorafgaand aan de hoofdbelichting.

 

  • Kleurtemperatuur: de kleur van lichtbronnen wordt aangeduid met ‘kleurtemperatuur’. Licht kan warm of koud zijn. Een warme lichtbron geeft ‘geel’ licht. Denk bijvoorbeeld aan een gloeilamp of kaars. Een koude lichtbron geeft ‘blauw’ licht, zoals een LED lamp of flitslicht. De kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin. Hoe warmer het licht, hoe lager de kleurtemperatuur.

 

  • Lichtmeter: een lichtmeter is een apparaat dat bestaat uit verschillende sensoren en een beeldscherm om de resultaten van de gedane metingen te laten zien. De juiste hoeveelheid licht is namelijk bepalend voor de uiteindelijke foto en de belichtingsdriehoek (ISO, diafragma en sluitertijd) moet hierbij in evenwicht zijn. Het probleem is dat alles handmatig instellen nogal een tijdrovend klusje kan zijn. Een lichtmeter maakt dit een stuk eenvoudiger.

  • Lichtafval: lichtafval is een term die gebruikt wordt in combinatie met flitslicht. Naarmate de afstand tot de flitser groter wordt, is het flitslicht zwakker. Het licht verliest heel snel intensiteit. Zo snel zelfs, dat bij een verdubbeling van afstand er vier keer zoveel licht verloren gaat.

  • Low-key: bij low-key fotografie overheersen donkere tonen het beeld. Een ander kenmerk van een low-key foto is het hoge contrast. Slechts een deel van de foto is verlicht, waardoor de rest van het beeld gedeeltelijk of volledig wegvalt in de donkere partijen. Low-key foto’s worden vaak omschreven als mysterieus en spannend.

 

  • Master/slave: als u werkt met meerdere flitsers is het gebruikelijk om één flitser aan te sluiten op de camera met behulp van een kabel of draadloze triggerset. Deze flitser noemen we in dit geval de ‘master’. De andere flitser of flitsers kunnen automatisch meeflitsen als ‘slave’. U kunt natuurlijk ook de ingebouwde flitser van uw camera instellen als ‘master’.

 

  • Octabox: een octabox is, net als een softbox, een hulpmiddel voor het spreiden en egaliseren van licht. Een octabox is echter achthoekig, wat ervoor zorgt dat er een grotere spreiding van het licht optreedt dan bij een softbox.

 

  • Reflectiescherm: een reflectiescherm is één van de meest gebruikte hulpmiddelen in de studio. Hiermee kunt u bestaand licht, flitslicht of continulicht weerkaatsen om schaduwen op te helderen en het licht beter te verdelen over het onderwerp.
  • Richtgetal: het richtgetal wordt omschreven als de maximale hoeveelheid flitslicht die de flits kan produceren. De berekening van het richtgetaal is gekoppeld aan de afstand (flitser tot object) en het diafragma. Het richtgetal is gedefinieerd bij een ISO-waarde van 100. Hoe hoger het richtgetal, hoe hoger de lichtopbrengst van de flitser. Let op: het richtgetal van Canon flitsers wijkt af van het uitgangspunt van 100 ISO. Canon gebruikt namelijk een ISO van 200. Hierdoor wordt het richtgetal verdubbeld.

 

  • Softbox: een softbox is een hulpmiddel voor het spreiden en egaliseren van licht. Een softbox bestaat uit een tentvormige constructie met aan de voorkant een doorschijnend doek (diffuser) en binnenin reflecterend materiaal. Door een flitser achterin de box te plaatsen wordt het licht eerst binnenin weerkaatst voordat via het doorschijnende doek het onderwerp belicht wordt. De zachte tonen van het licht maken de softbox zeer geschikt om te gebruiken bij product-, interieur- en portretfotografie.

  • Soft focus: soft focus is een techniek uit de fotografie waarbij het beeld met opzet enigszins onscherp gemaakt wordt. Zo kunt u uw beelden voorzien van een dromerig effect. Om dit effect te creëren, kunt u gebruik maken van een speciaal filter. Heeft u een UV- of beschermingsfilter in huis? Als u daar wat vaseline op smeert, bereikt u hetzelfde soft focus effect.

  • Spigot-adapter: een spigot-adapter is een universele aansluiting op statieven. Deze wordt gebruikt om een bestaande spigot of schroefdraad te verlengen, zodat u het juiste schroefdraad krijgt en de gewenste accessoires op uw (lamp)statief kunt plaatsen.

  • Strooilicht: strooilicht is licht dat onbedoeld het onderwerp bereikt.

  • Strijklicht: bij strijklicht valt het licht vanaf de zijkant op het onderwerp. Dit zorgt ervoor dat oneffenheden extra geaccentueerd worden en bijzondere elementen naar voren komen.

 

  • TTL: TTL staat voor Trough The Lens. Dit houdt in dat de camera het licht meet door de lens, waardoor de juiste belichting bepaald kan worden. De grootste voordelen van TTL zijn gemak en snelheid, maar aan de andere kant is de lichtmeting niet perfect.

 

  • Watt/seconde (W/s): het vermogen van flitsers wordt uitgedrukt in Watt/seconde of W/s. Het vereiste vermogen is afhankelijk van de instellingen op de camera en het onderwerp. Voor portretfotografie en het vastleggen van kleine producten is bijvoorbeeld een vermogen van 150 W/s voldoende. Wilt u grotere onderwerpen vastleggen? Dan heeft u ook meer vermogen nodig.

 

  • Zacht licht: zacht licht is egaler dan hard licht en komt vaak van grote lichtbronnen. Bij zacht licht is er sprake van een zachtere overgang van licht naar donker. Het verschil tussen de verlichte kant en de donkere kant is minder duidelijk. Het voordeel van zacht licht is dat u geen last heeft van schaduwen. Dit is vooral bij portretten ideaal.

 

Terug naar de overzichtspagina